© Mark Kohn
Jozua Douglas

Hoe word je kinderboekenschrijver? En andere veelgestelde vragen

Ik wil kinderboekenschrijver worden, is daar een school voor? Waar haal je je ideeën vandaan? Maak je wel eens foutjes? Tijdens mijn schrijversbezoeken krijg ik veel vragen van kinderen. De 10 meestgestelde vragen en hun antwoorden.

Download deze vragen

1. Waarom wilde je kinderboekenschrijver worden?

Ik wilde vroeger helemaal geen kinderboekenschrijver worden. Ik wilde dierenarts, boswachter, filmacteur, wielrenner, tv-presentator, dierentuinoppasser, piloot en de dikke en de dunne worden. Ik heb heel lang getwijfeld, maar op een dag wist ik wat ik wilde worden: geitenboer. Dat is heel lang mijn grote droom geweest. Maar op een dag gebeurde er iets bijzonders.

Spontaan applaus

Ik was op school en ik mocht een zelf geschreven verhaal in de klas voorlezen. Toen ik klaar was kreeg ik een spontaan applaus. Een jongen was diep onder de indruk, hij zei: ‘Wow, wat goed. Jij bent een echte schrijver!’ En toen dacht ik: Goh, wat leuk. Ik ben al iets. Ik hoef niets meer te worden. Waarom zou ik geitenboer worden als ik al lang schrijver ben?

Sindsdien ben ik altijd schrijver gebleven. Dat ik eigenlijk een kinderboekenschrijver was, ontdekte ik pas later. Het bleek dat bijna alle ideeën die ik kreeg perfect waren voor in een kinderboek. En dan kan je maar beter kinderboeken gaan schrijven.

2. Hoe kom je op ideeën?

Als kinderboekenschrijver ben ik eigenlijk altijd aan het schrijven. Een idee kan namelijk ieder moment komen. Soms krijg ik een idee als ik op YouTube aan het kijken ben. Dan zie ik een filmpje van een dansende spin of van een rat die door de afvoerbuis in de wc klimt en dan denk ik: Dat is leuk voor in een boek!

Ik vind ideeën in de krant — een berichtje over een oma die net zo hard snurkt als een straaljager — maar ook gewoon in mijn eigen leven. Dan baal ik ervan dat een haargroeimiddeltje niet werkt. Denk ik aan zwemles en aan de verschrikkelijke badmeester die ik vroeger had. Of ik herinner me ineens een griezelig verhaal van mijn opa.

vragen Jozua Douglas

Heb je meer vragen? Stuur me een mail of brief.

Stel je vraag!

 

3. Hoe lang doe je over een boek?

Ik deed drie jaar over De verschrikkelijke badmeester. Ik heb dat boek wel tien keer opnieuw geschreven. Het was mijn eerste jeugdboek en ik vond dat toen niet makkelijk. Tegenwoordig gaat het wat sneller. Ik schrijf nu een boek in een half jaar. Maar voordat het boek in de winkel ligt zijn we al gauw een jaar verder.

Het jaar van een kinderboekenschrijver

Mijn jaar ziet er ongeveer zo uit:

  1. In september begin ik na te denken over een verhaal. Ik schrijf nog niet, maar ik maak wel aantekeningen en ik doe ook al veel onderzoek op het internet.
  2. Eind oktober, na de Kinderboekenweek, begin ik met schrijven.
  3. In april gaat het verhaal naar de fondsredacteur, dat is mijn persoonlijke begeleider bij de uitgever. Zij leest het en geeft tips voor verbetering. Het gaat dan om de grote lijnen.
  4. Eind april lever ik het complete manuscript in. Het is dan nog steeds niet meer dan een word-documentje. Dit documentje gaat naar de bureauredacteur, dat is een soort juf of meester. Ik heb een juf. Zij kijkt het grondig na en verbetert de foutjes. Meestal doet ze dit samen met de persklaarmaker.
  5. Half mei krijg ik het verbeterde manuscript terug. Ik ga nu kijken of ik het eens ben met alle verbeteringen. Uiteindelijk blijf ik zelf de baas over mijn tekst.
  6. Begin juni gaat het manuscript naar de illustrator. Die leest het verhaal en maakt een serie mooie tekeningen.
  7. Begin juli gaan de tekst en de tekeningen naar een vormgever. Nu begint het verhaal op een boek te lijken. Er komen hoofdstukken, paginanummers en de illustraties worden op de juiste plaats gezet.
  8. Half juli krijg ik een drukproef. Dat is een boek uitgeprint op losse vellen. Dit is een spannend moment, want ik zie nu voor het eerst de illustraties en het geheel begint nu heel erg op een boek te lijken. Dit is de laatste kans om kleine foutjes te verbeteren.
  9. Eind juli gaat de proef naar de drukker. Die plant het in, zodat het in augustus gedrukt kan worden. Er worden nu een paar duizend boeken gedrukt.
  10. Eind augustus rijdt er een vrachtwagen met boeken van de drukker naar het Centraal Boekhuis, het grootste boekenmagazijn van Nederland. Hier komt de hele voorraad te liggen.
  11. Begin September brengen vrachtwagens de boeken vanuit het magazijn naar de winkels. Hoera! Het boek is er! Eindelijk kunnen de kinderen het kopen.

En daarna begint dit hele proces weer opnieuw. Wil je zien hoe dit gaat? Ik maakte een hele serie filmpjes over het leven van een kinderboekenschrijver.

Een kinderboekenschrijver kan meer dan alleen schrijven
Wil je me uitnodigen op school? In de bieb? Of in een boekhandel? Je kunt me boeken via De schrijverscentrale.

Nodig me uit!

4. Wat vind je het leukste boek dat je zelf hebt geschreven?

Dat is een lastige vraag. Mijn boeken zijn een soort kinderen voor mij, dus daar kan ik niet uit kiezen. Stel je voor dat iemand aan jouw moeder zou vragen: ‘Welk kind dat je zelf hebt gemaakt vind je het leukst?’ Stel ze heeft meerdere kinderen, wat zou ze dan zeggen?

5. Wie vind jij de beste kinderboekenschrijver?

Roald Dahl is zonder twijfel de beste kinderboekenschrijver ooit. Ik heb zijn boeken talloze keren gelezen, als kind en als volwassene en ik blijf ze geweldig vinden.

Volgens mij is dat het verschil tussen een goed boek en een geweldig boek. Een geweldig boek is ook nog leuk als je de afloop al kent. Het maakt niet uit dat je weet wat er gaat gebeuren, want het is de taal die het zo mooi maakt.

Ik vind het daarom een heel fijn als iemand me vertelt dat hij het boek al meerdere keren heeft gelezen. Dat is het mooiste compliment wat je als kinderboekenschrijver kunt krijgen.

Wil je weten welke kinderboeken ik nog meer goed vind? Bekijk mijn persoonlijke kinderboeken top 10.

6. Staan er wel eens fouten in een boek?

Helaas staan er altijd wel foutjes in een boek. Eigenlijk is dat gek, omdat vier verschillende mensen het boek meerdere keren doorgelezen hebben. Kennelijk zie je het op een gegeven moment niet meer zo goed en glippen er toch foutjes door.

Als je dus een foutje tegenkomt, stuur dan een mailtje naar mij of de uitgever en laat ons weten wat je hebt gevonden. Want als de boeken op zijn, kunnen we het foutje herstellen, voordat we nieuwe boeken bij laten drukken.

7. Ben je van plan om ooit voor volwassenen te gaan schrijven?

Toen ik erachter kwam dat ik een schrijver was, wist ik nog niet dat ik een kinderboekenschrijver zou worden. Dat ontdekte ik pas toen ik een idee kreeg voor een kinderboek. Daarna kreeg ik weer een idee voor een kinderboek en weer en weer. Kennelijk weten de verhalen me te vinden of misschien kan ik niet anders dan kinderboeken schrijven.

Stel nou dat ik ooit eens een idee krijg voor een boek voor volwassenen… zou ik het dan schrijven? Ik denk het wel. Maar voorlopig ben ik blij dat ik kinderboekenschrijver ben. Ik vind het ontzettend leuk om dit soort boeken te schrijven. Het is de humor en de fantasie van kinderen waar ik van hou.

8. Ik wil kinderboekenschrijver worden, is daar een school voor?

Er is niet een school voor kinderboekenschrijvers zoals er een school is voor timmermannen, advocaten en tandartsen. Maar er bestaan wel opleidingen en cursussen waar je les krijgt van een professionele kinderboekenschrijver. Voorbeelden zijn De Schrijversvakschool en De Schrijversacademie. Er zijn ook schrijfcoaches, zoals Mireille Geus, die zelf ook kinderboekenschrijver is.

Communicatie & Journalistiek

Ik zelf heb dat niet gedaan. Ik studeerde Communicatie & Journalistiek. Tijdens deze opleiding kreeg ik ook al veel schrijfles. Ik leerde hier kort en bondig schrijven. Ook leerde ik hoe ik me moest inleven in verschillende soorten lezers. Het vak van kinderboekenschrijver leerde ik mezelf aan door veel kinderboeken te lezen en veel te oefenen.

9. Hoe kom je aan een illustrator?

Een illustrator hoef je niet zelf te zoeken, dat doet de uitgever voor je. Meestal vraagt de uitgever of er een illustrator is waar je graag mee zou willen werken. Als de uitgever dat een goed idee vindt, gaan zij het voor je regelen.

Ik werkte heel plezierig samen met:

  • Loes Riphagen,
  • Barbara van Rhenen,
  • Margot Senden,
  • Hiky Helmantel,
  • Marieke Nelissen,
  • Elly Hees,
  • Hugo van Look,
  • Lars Deltrap,
  • Mirèn van Alphen,
  • Jörg Mühle,
  • Katrien Holland
  • en Geert Gratama.

10. Hoe vind je een uitgever?

Een uitgever vinden was niet makkelijk. De eerste manuscripten die ik opstuurde, kreeg ik na een paar maanden weer terug. Meestal met een standaardbriefje waarin stond dat ze het niet bij hun uitgeverij vonden passen.

Op zo’n moment kun je twee dingen doen:

  1. Je kijkt hoe je jezelf kunt verbeteren en probeert het nog eens.
  2. Je gaat het zelf uitgeven.

Zelf uitgeven vond ik geen optie. Ik wilde per se een echte uitgever hebben, want alleen met een echte uitgever kom je ook echt in de winkels te liggen. En daarom besloot ik mezelf te verbeteren.

Stapels kinderboeken

Ik las stapels kinderboeken en ik stelde mezelf kritische vragen: Waarom is dit boek wel uitgebracht bij een echte uitgever en dat van mij niet? Langzaam maar zeker begon ik te zien wat ik aan mijn verhalen kon verbeteren. En toen kreeg ik op een dag een telefoontje van een echte uitgever. Hij wilde mijn boek De kusjeskrokodil uitgeven. Ik was ontzettend  blij!

Vier jaar

Het duurde vier jaar voor ik een uitgever vond. En daarna nog eens vijf jaar voordat ik van het schrijven kon leven. Je moet dus veel geduld hebben als je kinderboekenschrijver wilt worden. En je moet nooit opgeven!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *