© Mark Kohn
Jozua Douglas Gouden Grijns

Hoe schrijf je een prentenboek? (9 tips)

Hoe schrijf je een prentenboek? In dit blog geef ik je de negen belangrijkste lessen die ik leerde toen ik mijn eerste prentenboek schreef.

Toen ik een paar jaar geleden besloot dat ik een prentenboek wilde schrijven, trok ik me nergens wat van aan. Ik had al jaren geen prentenboek meer gelezen, maar dat maakte niet uit. Ik schreef voor het kind in mezelf. Ik was een autonoom kunstenaar. Ik schreef een paar verhalen en stuurde ze naar verschillende uitgevers.

Na enkele maanden kwamen de afwijzingsbrieven in bosjes binnen. ‘Helaas past uw werk niet in ons fonds.’ En: ‘Wij zien helaas geen mogelijkheid uw verhaal uit te geven.’

Was ik de nieuwe Van Gogh? De onbegrepen kunstenaar, het miskende genie? Of deed ik gewoon iets fout? Ik besloot het uit te zoeken. Een half jaar lang haalde ik iedere week een hele tas prentenboeken uit de bibliotheek. Ik las en analyseerde ze zorgvuldig met maar een vraag: Hoe schrijf je een prentenboek?

In dit blog geef ik je de negen belangrijkste lessen die ik leerde; ik hoop dat je er wat mee kunt.

Een goed verhaal, hoe eenvoudig ook, heeft een probleem nodig. Bedenk een probleem dat aansluit bij de belevingswereld van je lezers. Een mol die wil weten wie er op zijn kop heeft gepoept. Een muis die niet opgegeten wil worden. Een jongen die niet kan slapen omdat hij enge geluiden hoort.

2. Kies voor een eenvoudige verhaallijn

Een prentenboek heeft altijd maar een verhaallijn, verteld in een helder ritme. De mol bezoekt verschillende dieren om er achter te komen wie er op zijn kop heeft gepoept. De muis in de Gruffalo is zijn vijanden telkens te slim af. En een familie overwint tijdens de berenjacht steeds weer nieuwe obstakels. Dit alles in een helder en eenvoudig ritme.
Je ziet die ontwikkeling in bijna alle prentenboeken. De hoofdpersoon maakt een reis of gaat anderszins op zoek naar de oplossing van zijn probleem. Hij ontmoet verschillende personages en ondergaat een aantal beproevingen. De oplossing is er steeds niet, tot hij op het laatst vindt wat hij zoekt. Want een prentenboek loopt natuurlijk altijd goed af.

Mijn eerste prentenboek De kusjeskrokodil ontstond vanuit een enkel woord: kusjeskrokodil. Vervolgens bedacht ik er nog vijf dieren bij. Allemaal kregen ze een functie in het bedtijdritueel. Voorlezen, knuffelen, kusje, slaapliedje, toedekken en… een mooie droom. Zo liet ik mijn hoofdpersoon een zoektocht afleggen door zijn kamer, waarin hij telkens vriendschap sluit met de enge dieren die hij tegenkomt.

3. Denk in beelden

Hoe mooi je woorden ook zijn, het draait in een prentenboek om de prenten. Een gemiddeld prentenverhaal beslaat ongeveer 24 bladzijden. Dat zijn 12 spreads, 12 grote prenten.

Deel je verhaal daarom op in 10 tot 15 stappen en bedenk bij iedere stap een passend beeld. Als je voor een nieuwe spread geen nieuw beeld kunt bedenken, zit er waarschijnlijk te weinig voortgang in je verhaal. Ga na hoe je je verhaal kunt versnellen of voeg twee stappen samen.

4. Gebruik actieve zinnen

Of je nu een roman schrijft of een weblog. Passieve zinnen zijn voor een schrijver not done. En in een prentenboek zijn ze al helemaal taboe. Vergelijk de volgende zinnen:

Passief: Konijn werd door alle dieren geknuffeld.

Actief: Alle dieren gaven konijn een knuffel.

In een actieve zin staat het onderwerp (de handelende instantie) voorop.

Passief: Er werd die avond flink gefeest (door de dieren).

Actief: De dieren vierden die avond flink feest.

Probeer je zinnen helder te houden. Gebruik zo min mogelijk woorden. Voltooide tijd mag wel, maar alleen als het echt nodig is.

Schrijf niet: Tim had al uren wakker gelegen.

Maar: Tim lag al uren wakker. Of nog beter: Tim kon niet slapen.

Ik heb communicatie gestudeerd en daarbij heb ik heel bondig leren formuleren. Een boek waar ik tijdens mijn opleiding veel aan heb gehad is Schrijven met effect van Mariet Hermans. Het is een echte aanrader, want het leert je echt effectief te formuleren.

5. Maak je taal muzikaal

Een prentenboek is een voorleesboek. Een verhaal dat moet klinken. Zorg daarom voor muzikale taal. Je publiek zal dat absoluut waarderen. Wissel korte en lange zinnen af. Gebruik rijmalliteratie en wees je bewust van de enorme kracht van halfrijm. Lees je zinnen hardop aan jezelf voor. Hoe klinkt het? Waar hapert het? Schrijf en herschrijf net zo lang tot het perfect klinkt.

6. Gebruik humor

Humor is het belangrijkste instrument van een kinderboekenschrijver. Houd er alleen wel rekening mee dat een kind van 4 totaal andere humor heeft dan jij. Mijn held was vroeger Ome Willem. ‘Wie heeft er hier zin in een broodje poep?’ Dat vond ik toen net zo leuk als ik de grappen van Hans Teeuwen nu vind.

Natuurlijk hoef je niet altijd toe te geven aan de anaal gefixeerde humor van je lezers. Onderbroekenlol doet het goed, maar het is ook makkelijk scoren. Waar het om gaat is dat je ontregelt. Dat je hun wereld op z’n kop zet. Dat kan met een wolf die bang is voor vlinders. Of een krachtpatser met een snotje in zijn neus.

Ik weet nog dat ik als jongen van vijf enorm moest lachen om Jan Willem (Het boek van Jan Willem, van Anne de Vries). Op de eerste bladzijde maakte de held zijn familie wakker met de woorden: ‘Opstaan luilakken, het is al 100 uur.’ Het kon niet, het was absurd en overdreven en daarom vond ik het leuk.

7. Leef je in

Kleuters hebben een heel andere belevingswereld dan volwassenen. Hun wereld is magisch. De grenzen tussen realiteit en fantasie zijn soms dun. Ze kunnen vaak nog geen logische verbanden leggen. Abstracte begrippen vinden ze moeilijk en ze nemen veel dingen letterlijk.

Toen ik in De grootste, de gevaarlijkste moest uitleggen hoe zwaar een olifant is, schreef ik daarom niet: Een olifant weegt 5200 kilo.

Maar: Een olifant weegt net zo veel als vijfenzestig vaders op een hoop. Kinderen vinden dat ook nog eens ontzettend grappig.

Zelf herinner ik me veel gebeurtenissen uit mijn kleutertijd nog als de dag van gister. Daar heb ik als kinderboekenschrijver mooi mazzel mee. Ik beschouw dat als een enorme rijkdom. Misschien schrijf ik hier later nog eens een blog over.

8. Schrijven is schrappen

Houd de tekst beperkt. Hoe minder hoe beter. 75 woorden per bladzijde of spread is netjes, 50 is subliem.

Gebruik de functie Woorden tellen in Word om te zien hoeveel woorden je gebruikt. (Die functie is er niet voor niets!) Je zult zien dat je al gauw meer woorden nodig hebt dan je denkt. Gelukkig kan je door slim te formuleren veel woorden schrappen (zie tip 4). En onthoud: een beeld zegt meer dan duizend woorden.

9. Hoe schrijf je een prentenboek? Ontdek het zelf!

Een goed prentenboek is natuurlijk niet in regels te vatten. Vergeet daarom alle tips die ik je gaf en begin gewoon met schrijven. Verras jezelf, verras je lezer met jouw eigen unieke verhaal.

Tien tips is mooier dan negen. Helaas kon ik er niet meer verzinnen. Weet iemand de tiende? Laat dan zeker je reactie achter!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties (49)

  • Cynthia schreef:

    Wat een fijne tips, hier kan ik zeker wat mee! Heb je hier voor nog een cursus of opleiding voor gedaan of ben je gewoon gaan schrijven?

    Ik zit een beetje te twijfelen wat verstandig is om te doen. Tips?

    Groetjes Cynthia

    • Jozua Douglas schreef:

      Dankjewel, Cynthia. Fijn om te horen dat je er wat mee kunt. Ik heb communicatie gestudeerd en daar leerde ik bondig formuleren. Een boek waar ik tijdens mijn opleiding veel aan heb gehad is Schrijven met effect van Mariet Hermans. Het leert je actief formuleren. Voor het schrijven van kinderboekenboeken is natuurlijk wel meer nodig dan dat. Zelf leerde ik het vak door enorm veel boeken van andere schrijvers te lezen (niet een of twee, maar stapels). Als je het lastig vindt om zelfstandig te leren zijn er ook cursussen kinderboekenschrijven. Bekend is Scriptplus, waar je les krijgt van professionele kinderboekenschrijvers.

  • Evelien Bovenmars schreef:

    Hoi Jozua,

    Fijn om even de tips van jou te mogen ontvangen.
    Ik ben een bevoorrecht persoon die én een kinderboek schrijft én zelf de illustraties erbij gaat maken.
    Mijn vraag is als volgt: zou je voordat je het boek naar buiten wilt brengen een kamer van koophandel nummer moeten bezitten? Of doe je dit pas als je eenmaal het boek uitgebracht hebt?

    Groetjes Evelien

    • Jozua Douglas schreef:

      Dank voor je reactie op mijn website. Leuk dat je een kinderboek schrijft en zelf illustreert. Wat de regels precies zijn, weet ik niet, maar ik dacht dat je je moet inschrijven zodra je geld gaat verdienen met je boek. Maar hiervoor kun je ook bij de KvK zelf terecht. 😉

  • Liza schreef:

    Ik weet niet hoe ik de tekeningen moet maken kan je me helpen?

    • Jozua Douglas schreef:

      Hoi Liza, Leuk dat je reageert. Als je niet zo goed bent in tekenen, kun je een tekenaar vragen, een illustrator. Ik illustreer mijn boeken ook niet zelf. Groet, Jozua

  • Trudie Tomasouw schreef:

    Een verhaaltje verzinnen voor mijn kleindochter is de aanleiding om van dat verhaaltje een prentenboek te maken die ikzelf heb voorzien van tekeningen en waarin mijn kleinkids ook in voorkomen. Een lang gekoesterde wens die ik eigenlijk over 2 jaar als ik met pensioen ga in vervulling wilde laten gaan. Je tips zijn heel waardevol, ik las ze achteraf maar zat er niet veel naast. Bedankt daarvoor.

  • Koen schreef:

    Hoi ,

    Wat fijn om deze tips te gebruiken. Ik ben zelf veel bezig met taal en juist in deze tijd heb ik een verhaal omtrent het virus gemaakt, om zo de hele situatie luchtig te houden bij mijn stageleerlingen die maandag eindelijk weer naar school mogen. Dit natuurlijk erg laagdrempelig en niet te zwaar voor het jonge kind. Hierbij hebben je tips zeker geholpen!
    Bedankt!

  • Tommy schreef:

    Bedankt😁😁

  • Celen Evy schreef:

    Wat moet je eigenlijk doen om je tekst veilig te stellen voor je het zo naar verschillende mensen zou mailen ?

    • Jozua Douglas schreef:

      Hoi Celen,

      Als je je werk naar een gerenommeerde uitgeverij stuurt mag je ervan uit gaan dat ze er vertrouwelijk mee om zullen gaan. Wil je je idee beschermen, dan kun je het als i-DEPOT vast laten leggen bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). Je kunt dan aantonen dat jij het idee op een bepaalde datum al had.

      Groet en succes!

      Jozua

  • Nerys Koopman schreef:

    Hallo,
    Zoals iedereen zegt, bijzonder goede tips!
    Ook ik droom ervan om prentenboeken te maken. Bij mij gaat het schrijven minder goed af. Ik heb een grote fantasie en denk alleen in beelden. Ik kan mijn fantasie goed laten zien in beelden maar dus niet zo goed in woorden. Ik zie veel mensen hier die dat andersom hebben. Dus wat ik gaaf zou vinden is om samen te werken met een beginnende schrijver die niet van het tekenen houdt.

    Ik ben 17 jaar oud en studeer aan het Media College Amsterdam Mediavormgeving. Natuurlijk kan ik wat van mezelf laten zien!

    • Jozua Douglas schreef:

      Hoi Nerys,

      Dank voor je reactie! Goed idee om een schrijver te gaan zoeken. Misschien is er iemand die dit blog leest en op zoek is naar een illustrator. Je kunt ook op zoek gaan naar een schrijver via FB of via een online forum, zoals die van Schrijven Online. Maar wat ik je ook wil aanraden is om werk naar uitgevers te sturen. Als uitgevers je werk zien zitten, vragen ze je misschien zelfs wel om samen te werken met een bekende schrijver. Laat je vooral niet ontmoedigen als je afwijzende of nietszeggende reacties krijgt. Ik kreeg ze ook en ik denk dat bijna iedereen ze krijgt. Het is belangrijk om door te zetten en je altijd af te blijven vragen hoe je je werk kunt verbeteren. Vrienden of familie zijn meestal niet kritisch, uitgevers wel. Uitgevers kunnen helaas niet gedetailleerd ingaan op de verbeterpunten. Dat vond ik altijd erg jammer. Meestal haalde ik na zo’n afwijzende brief een stapel boeken uit de bibliotheek, las ze en dacht: Waarom is dit wel goed? Ik probeerde mijn werk echt kritisch te bekijken en ging daarna weer aan de slag. Je kunt in zo’n geval ook een cursus gaan volgen. Ik wens jou en alle andere zoekenden in elk geval veel succes. En geloof me, als je doorzet is veel mogelijk! 🙂

      Groet, Jozua

  • Daphne schreef:

    Leuke tips!
    Ik heb mijn verhaal geschreven (prentenboek). Ik heb het geschreven in word maar hoe geef je dan volgende pagina aan? Heeft u daar tips voor?

    • Jozua Douglas schreef:

      Hoi Daphne, Dankjewel! Ik schrijf het verhaal per spread (twee pagina’s naast elkaar). Meestal schrijf ik dan: Spread 1 en daaronder de tekst die daarbij hoort. Daarna Spread 2 en dan komt de tekst die daarbij hoort. En dat tot de laatste spread. Succes!

  • Monique Dekker schreef:

    Dankjewel voor het delen van je tips, Jozua!
    Ik ga eindelijk op mijn 60ste jaar een lang gekoesterde wens waarmaken en een prentenboek schrijven.
    Veel directe rede in een verhaal is misschien nog een tip. Dat maakt een zin nog ‘actiever’ en bij het voorlezen kan je verschillende stemmen gebruiken.
    Als voormalig kleuterleidster, merkte ik dat dat zeer aansloeg bij de kinderen.

  • Tirza Atsma-Hoornstra schreef:

    Thanks voor de tips! Misschien een laatste tip is om dicht bij jezelf te blijven. Wat vind je zelf leuk om te lezen en te zien in een prentenboek. Doe daar wat mee

  • Flo schreef:

    Echt super bedankt voor de tips ! Ik zit in het 1ste middelbaar en ik droom er al lang over om een eigen boek te schrijven . Deze tips hebben me ontzettend geholpen ! Alleen bij de illustraties loop ik een beetje vast . Heb jij een idee hoe ik ook hier mee aan de slag kan gaan ?

    • Jozua Douglas schreef:

      Hoi Flo, Fijn om te horen dat de tips je hebben geholpen! Voor de illustraties zou je een illustrator kunnen zoeken. Ik maak ze ook niet zelf. Schrijven is mijn vak, tekenen gaat me minder goed af. Er zijn schrijvers die beide kunnen, dat is natuurlijk geweldig als dat lukt. Als je de ambitie hebt om ook te illustreren, zou je misschien een cursus kunnen volgen. Succes!

  • daniël schreef:

    Bedankt voor de tips nu kan ik tenminste weer verder met mijn prentenboek

  • Hanne schreef:

    Beste

    Ik ben 20 jaar en droom ervan om leuke prentenboeken te schrijven en deze dan (hopelijk) ook te kunnen uitgeven. Ik ben al een tijdje bezig met het verhaal van mijn allereerste prentenboek. Zelf ben ik absoluut geen tekenwonder en zou dus niet in staat zijn tekeningen bij mijn verhaal te maken. Mag je je verhaal zonder illustraties opsturen naar een uitgeverij? Wat doen zij daar dan mee? Zou ik eventueel binnenkort mijn eerste versie van mijn verhaal mogen opsturen naar u, zodat ik wat feedback en kritiek kan krijgen van iemand die ervaren is? Of hebt u andere tips hoe of van wie ik feedback zou kunnen krijgen alvorens het definitief naar een uitgeverij op te sturen?

    Alvast bedankt!

    Met vriendelijke groeten
    Hanne

    • Jozua Douglas schreef:

      Hoi Hanne, wat leuk dat je prentenboeken wilt gaan schrijven. Je kunt een manuscript zonder illustraties naar een uitgever sturen. Dat is hoe het meestal gaat. De uitgever heeft contact met een heleboel goede illustratoren en als ze je verhaal zien zitten, zullen ze er samen met jou een uitkiezen.

      Zelf beoordeel ik geen manuscripten van anderen, maar je zou eens contact op kunnen nemen met ScriptPlus. Zij beoordelen manuscripten en geven feedback. Je kunt ook op zoek naar een schrijfcoach, zoals Mireille Geus.

      Wees niet teleurgesteld als je manuscript wordt afgewezen. Dat is mij ook vele malen overkomen. Meestal hebben uitgevers gelijk. Het is dan zaak om te kijken waar je jezelf kunt verbeteren en het dan nog eens te proberen.

      Veel succes!

  • Andrea schreef:

    Beste,
    Alvast bedankt voor de tips. Ik zou het graag ook eens willen proberen.
    Zijn er programma’s waarin u werkt om het boek te schrijven? Of gewoon in Word?

    • Jozua Douglas schreef:

      Een prentenboek of een kort verhaal schrijf ik in Word. Een langer verhaal zoals een jeugdboek in Scrivener. Dat is een programma waarin je meer overzicht hebt over de grote lijnen van je verhaal.

  • Elvira schreef:

    Hoi Jozua,

    Dank je voor je goede tips! Graag zou ik mij nog verder verdiepen in het schrijven van prentenboeken. Er zijn een hoop online cursussen te vinden over het schrijven van kinderboeken (LOI, NTI, NHBO), maar weet jij een goede cursus die ook expliciet in gaat op prentenboeken?

  • amy schreef:

    hoi bedankt voor de tips mijn prentenboek is af voor school ik heb een vier

  • Wendy schreef:

    Hallo Jozua,

    Hartelijk dank voor deze tips! Leuk dat ik ze tegen kom nadat we hier de kusjeskrokodil gelezen hebben.

    Ik heb een vraagje over de vormgeving…
    Ik kan helaas zelf niet goed illustreren. Om mijn verhaal te testen lees ik het uiteraard voor aan kinderen.
    Het helpt ze enorm als er wat plaatjes bij zitten, dus werk ik met foto’s en tekeningen die ik van internet haal. Het verhaal komt zo veel meer tot leven. Zou jij het met of zonder deze afbeeldingen bij een uitgeverij aanbieden?

    Alvast dank voor je reactie! Hartelijke groeten, Wendy

    • Jozua Douglas schreef:

      Hallo Wendy, Leuk van je te horen. Ik zou het absoluut zonder illustraties of foto’s bij een uitgeverij aanbieden. Uitgevers krijgen verhalen altijd zonder illustraties, dus dat zijn ze gewend. 🙂

  • Miriam schreef:

    Hallo,
    Bedankt voor de goede tips! ik had alleen nog een klein vraagje over de aantal woorden per bladzijde in je boek, wat is echt de max.? ik ben nu aan het schrijven en het grootste aantal woorden dat ik tot nu toe heb op een pagina is 100.. te veel of kan het er nog mee door?

    • Jozua Douglas schreef:

      Hoi Miriam,
      Bedoel je bladzijde of spread? Een spread is een dubbele pagina. In mijn nieuwste prentenboek zit ik aan max 78 per spread. Als ik er echt 100 nodig had, zou ik het doen. Maar liefst niet op elke spread. Het hangt ook een beetje af van het soort illustraties dat je wilt. Meer tekst betekent minder illustraties. En tot slot is het ook goed te kijken naar de beoogde doelgroep. Schrijf je een boek voor peuters en jonge kleuters (3 tot 4 jaar) dan gebruik je minder woorden dan bij wat oudere kleuters van 5 en 6 jaar. Het belangrijkste is dat je een goed verhaal hebt. Een paar woordjes meer of minder lijkt me dan geen probleem.

      Groet,
      Jozua

  • Bedankt voor alle fijne woorden. Om over te stappen van blogger naar prentenboekenschrijver is toch echt een totaal ander vak. Heel verhelderend ! liefs vanuit Rotterdam

  • Alda Loeffen schreef:

    Hoi Jozua
    Bedankt voor je goeie tips.
    Ik heb een poppentheater en probeer altijd bij elke voorstelling een prentenboekje te maken op geheel eigen autodidactische wijze als begeleiding van de voorstelling.
    Jonge kinderen vinden het fijn om een verhaal vaker te horen en zien.
    Ik maak tegelijkertijd met het boekje ook de voorstelling.
    Ik ga het eens goed gestructureerd nakijken.
    Komt de kwaliteit ten goede.
    Het is tegenwoordig te duur om een dramaturg regisseur te hebben.
    Dus bij deze bedankt.
    Alda Loeffen

  • Tialda Hoogeveen schreef:

    Heel zinvolle tips, merci!

  • Wilbert Simonse schreef:

    Dag Jozua,
    Dank voor je negen tips! Een tip die ik zou willen toevoegen:
    In een goed prentenboek vullen tekst en beeld elkaar aan -ze kunnen elkaar zelfs tegenspreken- .Er moet spanning’ zijn tussen wat je ziet en leest. Een prentenboek waarin tekst en beeld hetzelfde vertellen is saai.

  • John en Lisanne schreef:

    Leuk en handig om te weten. Dank je Jozua!

  • Naomi schreef:

    Dankje voor de tips ik ben er een stuk verder mee gekomen

  • Bloem schreef:

    Wat een handige tips. Volgens mij is herhaling in een verhaal ook heel belangrijk. Daar leren peuters ook zoveel van…..

    Succes met schrijven

  • Francky Viaene schreef:

    Interessant artikel!
    Misschien een tiende tip. Hoe zit het met namen in prentenboeken? Klopt het dat uitgevers geen fan zijn van namen op -ie? Gebruik je best gewone namen zoals Bas, de beer of mag je ook namen verzinnen zoals Liefje, het kuiken?

    • Jozua Douglas schreef:

      Bedankt voor je reactie Francky. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of namen op -ie wel of niet populair zijn onder uitgevers. Wat mij betreft zijn alle namen goed, als ze maar niet te moeilijk zijn. Ik kies vaak voor eenlettergrepige namen. Maar dat is geen must hoor, er zijn genoeg namen met meerdere lettergrepen. Draakje Donatius, bijvoorbeeld. De Gruffalo is ook een bekende, al is dat strikt genomen geen naam. Billy de Kip. Het gaat vooral om hoe het klinkt — het moet lekker bekken, grappig zijn of tot de verbeelding spreken. Liefje, het kuiken klinkt niet zo goed, vind ik zelf. Lief kuiken, klinkt dan al beter.

  • Jozua Douglas schreef:

    Bedankt voor je reactie. Leuk om te horen!