© Mark Kohn
Jozua Douglas

Zes lestips bij De verschrikkelijke badmeester

Zes lessen bij De verschrikkelijke badmeester. Schrijven, tekenen, een recordpoging en een kringgesprek.

Download lestips

1. Rare trainers

Voorbereiding:

Lees hoofdstuk 2.

 Het verhaal:

Boris Brulboei heeft een hele lijst met gekke regels in zijn zwembad hangen:

  1. Verboden te rennen
  2. Verboden te gillen.
  3. Verboden te spetteren.
  4. Verboden te zingen.
  5. Verboden te plonsen.
  6. Verboden te springen.
  7. Verboden te geinen.
  8. Verboden te lachen.
  9. Verboden te glijden.
  10. Verboden te loeien.
  11. Verboden te schreeuwen.
  12. Verboden te stoeien.
  13. Verboden te spelen.
  14. Etc.

En hij verzint de meest bizarre straffen. Opsluiten in een locker. Met je kop in een emmer tot je de engelen hoort zingen. Of met je viool in het zwembad springen en een liedje van Mozart spelen.

Schrijfopdracht:

Verzin een trainer die net zo gek is als Brulboei en schrijf er een grappig verhaal over. Je mag alle sporten gebruiken behalve zwemmen.

  1. Bedenk een leuke sport. Bijvoorbeeld: voetbal, softbal, tennis, dammen, zeilen, judo, ballet, hink-stap-springen, bowlen of kogelstoten.
  2. Bedenk een passende naam voor de trainer bijvoorbeeld: Hendrik Beenhakker, de verschrikkelijke voetbaltrainer.
  3. Bedenk een aantal grappige straffen, zoals in het boek, waarbij de kinderen net niet dood gaan.

Nieuwsbrief

Wil je geen enkel nieuwtje meer missen? Schrijf je dan in voor mijn nieuwsbrief. Je krijgt dan vier keer per jaar een overzicht van het nieuws rond mijn boeken.

Schrijf je in!

2. Een fantastisch zwemparadijs

Voorbereiding:

Lees de laatste alinea van bladzijde 21 en hoofdstuk 5.

Het verhaal:

Alfonso Prettini heeft een geweldig zwemparadijs gebouwd. Het heeft een glazen glijbaan die zo hoog is als de Eifeltoren. Ga je er op je buik vanaf, dan is het net of je vliegt. Hij is ook de uitvinder van de Dolle Dromedaris, de Suizelcapsule en Klein Duimpje, een megagave achtbaan die dwars door een kasteel vol reuzen raast.

Tekenopdracht:

Bedenk en teken je eigen zwemparadijs. Wat voor gave attracties zet je erin? Je deze opdracht ook met de hele klas doen. Ieder kind bedenkt een attractie en tekent deze op een vel papier. De vellen worden later aan elkaar geplakt tot een reusachtig zwemparadijs.

3. Hoe zou je dit boek verkopen?

Voorbereiding:

Lees het hele boek.

Schrijfopdracht:

Stel dat je dit boek zou moeten verkopen. Wat zou je vertellen over het verhaal? En welk hoofdstuk zou je voorlezen om dat te laten zien? Maar let op: als je te veel verklapt is het weer niet spannend.

4. Rare records

Voorbereiding:

Lees hoofdstuk 4.

Fragment:

‘Het is gelukt,’ riep meneer De Bruin verrukt. ‘Eureka.’ Zijn gezicht straalde. Het was net of hij ieder moment uit elkaar kon ploffen van trots.
‘Ik word beroemd, jongen,’ zuchtte hij. Zijn ogen schitteren van gelukzalige triomf. Ik kom in het Guinness Book of World Records.’
Lev begreep er niets van. Hoezo? Waarmee? Had hij een een of ander idioot record gevestigd?
Kon hij meer dan 22 kilo uien pellen zonder tranen in zijn ogen te krijgen?
Was hij wereldkampioen sokken sorteren?
Of boterhammen smeren?
Of bierflesjes op het hoofd kapotslaan?
Kon hij in 1 minuut meer dan 40 muizenvallen laten dichtklappen op zijn tong?
Had hij ’s werelds grootste aardbei gekweekt?
Kon hij meer dan 24 golfballen vasthouden in een hand?’

In het boek staan een heleboel rare records. Ze zijn allemaal echt. Van de langste oorhaar (18,1 cm) tot het record T-shirts over elkaar heen aantrekken (245) of gamen (4 dagen en 13 uur achter elkaar), ik heb ze allemaal uit het Guinness Book gehaald.

Opdracht:

  1. Verzin een aantal zo gek mogelijke records.
  2. Bestaan ze al? Op de website van het Guinness Book of Records kan je dat controleren (In het Engels! Vraag eventueel je juf of meester om hulp.)
  3. Verzin een record waarmee je zelf wel in het Guinness Book zou kunnen komen.
  4. Voer het record uit in je eentje of bijvoorbeeld met je hele klas. Maak er een filmpje van en zet deze op YouTube.

5. Kringgesprek

Voorbereiding:

Lees het hele boek.

Kringgesprek:

  1. Zou je beroemd willen worden? Zo ja, waarmee? Zo nee, waarom zou je niet beroemd willen zijn?
  2. Kan iedereen beroemd worden?
  3. Om beroemd te worden moet je hard werken. Je moet altijd vroeg naar bed. Je mag weinig snoep eten. Hebt geen tijd om met vriendjes te spelen. Zou je dat ervoor over hebben om zo hard te werken?
  4. Mary Pierce was een tennisster die goed baalde van haar vader. Hij schold haar en haar tegenstander uit tijdens een wedstrijd toen ze twaalf was. Zeven jaar lang moest ze elke dag 8 uur trainen. Elke dag moest ze zevenhonderd ballen slaan. Ze werkten tot middernacht. Haar kleine broertje sliep bij het net aan de kant. Ze mochten pas naar huis als ze het goed deed. Later werd ze verschillende malen kampioen. Ze was wereldberoemd en stond zelfs als vijfde op de ranglijst van beste tennisspelers ter wereld. Is het goed van haar vader dat hij haar zo streng trainde? Hij was gemeen, maar heeft haar wel geholpen. Zou ze ook kampioen zijn geweest als ze minder hard had getraind?
  5. Is er iemand die het er wel voor over heeft om zo streng aangepakt te worden? Als ik maar kampioen wordt, wil ik daar best wat ellende voor meemaken.
  6. Kan je een voorbeeld noemen van een andere sportheld of beroemdheid die ook zo hard moest oefenen van zijn vader (of moeder)?

6. Interview een sportheld

Naar aanleiding van het klassengesprek kan je een interview doen met een echte sportheld. Laat de kinderen hun vragen stellen. Dit kan schriftelijk via de e-mail, via een Skype-verbinding of tijdens een klassenbezoek. Het is belangrijk dit interview goed voor te bereiden.

Als je besluit een schriftelijk interview te doen, informeer dan wel even bij de desbetreffende sportheld bereid is te antwoorden. Anders zit je straks weken te wachten op een antwoord dat niet komt. Realiseer je dat het veel tijd kost om een wereldster als Wesley Sneijder of Arjan Robben te benaderen. Ze krijgen vast al veel van dit soort aanvragen, waardoor de kans op medewerking gering is.

Laat de kinderen zelf de vragen verzinnen. Eventuele vragen kunnen zijn:

  1. Wanneer begon je met sporten?
  2. Deed je toen al dezelfde sport als nu?
  3. Hoe vaak moest je als kind trainen?
  4. Moest je wel eens iets missen omdat je op sport zat?
  5. Vond je het altijd leuk om te trainen?
  6. Heb je er wel eens over gedacht om te stoppen?

Met dank aan Dorothe Cras van De Utrechtse Kinderboekwinkel.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *